Is een directeur van een onderneming nu net zo fout als vroeger een criminele koppelbaas? Nee, maar hij loopt wel meer risico om zijn privévermogen te verliezen.

In de jaren ’70 werd er door sommige bouwvakkers opeens wel heel veel geld verdiend. Ik herinner me nog goed dat ik ze als autogek jongetje zag rijden in een grote mooie Mercedes, meestal een 450sel. Ze werkten zelf niet meer als bouwvakker, maar bemiddelden in arbeidskrachten voor grote bouwprojecten, veelal in Duitsland. Als onderaannemer leverden ze bouwvakkers voor de hoofdaannemer. Koppelbazen werden ze genoemd.

Koppelbazen verdienden heel veel geld, betaalden vaak geen belastingen en droegen ook geen sociale premies af. Door gebruik te maken van verschillende BV’s voorkwamen ze aansprakelijkheid of vervolging. Hierdoor konden ze bouwvakkers meer betalen en konden ze altijd voldoende goed geschoold personeel, ondanks de schaarste hiervan in die tijd, leveren. De hoofdaannemer en afnemer van het personeel was daar natuurlijk zeer mee geholpen en bleef als afnemer bovendien buiten schot van elke aansprakelijkheid. Dit veranderde pas in 1981 door de invoering van de Wet Ketenaansprakelijkheid. De hoofdaannemer werd toen ook aansprakelijk voor de niet-betaalde loonbelasting en premies.

Daarna moesten de koppelbazen dus nog “inventiever” te werk gaan en werd onder andere het laten ploffen van BV’s gemeengoed. (Overigens gebeurde dit niet alleen door koppelbazen). Dat deze praktijken tot veel misstanden leidden blijkt o.a. uit een onderzoek van het Ministerie van Justitie uit 1983. Geconstateerd werd dat bij 37% van de faillissementen van een BV er sprake was van misbruik of fraude. Veelal onttrekking van vermogen en belasting- en premiefraude. Tevens werd een faillissement in 30% van de gevallen veroorzaakt door onzorgvuldig en onverantwoordelijk beleid. Dit leidde mede in 1987 tot de Derde misbruikwet.

Daarbij is het goed om te weten dat het bijzondere aan rechtspersonen in Nederland is dat zowel een natuurlijk persoon als een niet-natuurlijke rechtspersoon, meestal een BV, als bestuurder kan optreden. Tot eind jaren tachtig was het zo dat de (bestuurders)aansprakelijkheid dan beperkt bleef tot het vermogen van deze (niet-natuurlijke) rechtspersoon, meestal een BV. De wetgever heeft toen o.a. artikel 11 van boek 2 BW ingevoerd om dit te voorkomen. Recent is door een uitspraak van de Hoge Raad op 17 februari bevestigd dat de doorbraak van aansprakelijkheid ook geldt bij aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Eén en ander houdt in dat nu ook deze aansprakelijkheid o.g.v. onrechtmatige daad kan komen te rusten op de natuurlijke personen achter de niet-natuurlijke rechtspersoon, die als bestuurder optreedt. Beslissingen worden immers genomen door personen en niet door BV’s. 

Tegenwoordig kunnen de volgende zaken, met name in faillissements situaties, leiden tot de aanname van kennelijk onbehoorlijk bestuur en een risico vormen voor het privévermogen van de bestuurder:

  • het niet (tijdig) afdragen van sociale verzekeringspremies en belastingen;
  • het niet (tijdig) publiceren van de jaarrekening;
  • het ontbreken van een behoorlijke administratie en boekhouding.

Verder loopt een directeur, ook het risico zich te moeten verweren tegen aansprakelijkheidsstellingen indien hij als bestuurder:

  • namens de rechtspersoon een overeenkomt aangaat, bijvoorbeeld tot levering of betaling, terwijl hij weet of moet weten dat de rechtspersoon niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen ;
  • bij het aangaan van een overeenkomst niet toetst of de wederpartij aan zijn verplichting kan voldoen;
  • voorzienbare risico’s niet in kaart brengt en/of deze niet mijdt of vermindert.

Met de opkomst van cyberrisico’s en het in toenemende mate gewoon voorhanden zijn van cyberverzekeringen, zal dus in theorie zelfs het niet hebben van een dergelijke verzekering bij een schade (en mogelijk faillissement) door een cyberrisico ook kunnen leiden tot aansprakelijkheid, waarbij een directeur van de onderneming ook mogelijk kan worden aangesproken in zijn privévermogen.

Wie wil er tegenwoordig nog directeur worden? Een directeur loopt vaak meer risico’s dan hij zich zelf realiseert. Als criminele koppelbaas liep je vroeger minder risico’s. Met een goede risicoanalyse kan een hoop ellende worden voorkomen. En daarnaast is een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering ook geen overbodige luxe meer heden ten dage.